Hypo Het is zaterdagavond en ik heb een late dienst samen met wat andere collega’s. De wijken en de zorgvraag is zo goed mogelijk verdeeld onder de collega’s.

Op het moment dat ik bij een cliënt bezig ben haar stoma te verzorgen krijg ik een telefoontje van een collega. Ze vertelt me dat ze bij een cliënt is, noemt de naam van de cliënt en geeft aan dat mw. slecht aanspreekbaar is. Ik realiseer me gelijk dat dit niet goed is. Ik weet nl. van de dame waar ze is dat ze slecht eet en mw. is diabeet, dus ik moet daar héél snel naartoe. De collega die daar is, mag overigens geen controles uitvoeren, dus zal ze moeten wachten op mij.

Ik maak mijn werk met gepaste spoed af en ik geef aan te moeten vertrekken voor een noodsituatie. Op dat moment ben ik achter op een camping in de plaats waar ik werk. De deur trek ik achter me dicht en ik trek een sprint om vervolgens hijgend aan te komen bij de auto. Ik realiseer me dat het met mijn conditie niet al te best gesteld is, maar stap snel in de auto, want ik ben voorlopig nog niet op de plaats van bestemming. Ik scheur werkelijk richting adres cliënt, neem de rotondes zo goed als niet, maar rijd er recht overheen en ik besef me in een flits dat het maar goed is dat ik nu geen politie tegen kom. Ik nader plaats van bestemming en het lijkt alsof ik bijna met 2 wielen door de bocht vlieg. Ik parkeer de auto op de stoep en de deur staat al open met collega in de deuropening. Met het uitstappen zegt mijn collega dat ze me duidelijk aan hoorde komen, waarom we beiden moeten lachen.

Zo gehaast als ik was zo rustig stap ik de gang en kamer binnen. Hoe een situatie ook is altijd rustig blijven en zeker in het bijzijn van een cliënt. Mijn collega rijkt me het bloedsuikerapparaat aan in mijn linkerhand en rechts zie ik mw. onderuit gezakt in de stoel zitten. Mw. is slecht aanspreekbaar en er is zelfs geen herkenning. Ik prik de bloedsuiker en deze is 1.8, veel te laag dus. Ik zeg dit hardop waardoor mijn collega gelijk actie onderneemt. Ze rukt alle keukenkastjes en de koelkast open om zo snel mogelijk wat eten en drinken te maken voor de cliënt. Er is niet veel, maar ze geeft mij snel wat glazen aanmaaklimonade en sap aan om dit te geven aan client en ik help mw. bij het innemen van de limonade.

Als snel komt mijn collega met 2 boterhammen met kaas en jam, en stukje voor stukje geef ik dit aan mw. Mw. heeft wat moeite met eten en drinken, want ze vindt het veel. Dit geldt ook voor het brood wat ik haar geef. Mw. is geen eter en geen drinker en trekt geregeld haar neus op wanneer ze weer een beetje bij komt. Het gaat dus de goede kant op! Na een half uur zit mw. weer wat hoger in de suiker en is weer aanspreekbaar. Fijn, dit hebben we maar mooi gered. Ik laat mw. nog wat drinken en haar brood is nog niet op. Ik heb liever dat mw. wat hoger zit met de suiker en zo de nacht in gaat. mw. voelt langzaam weer wat beter, maar is wel ontzettend moe. Na nogmaals de bloedsuiker geprikt te hebben breng ik mw. naar bed en dek ik haar toe.

Met het team is daarna besloten mw. eten en drinken aan te reiken in aanwezigheid van de zorg, anders gaat het mis. Soms is het lastig om een vinger aan de pols te krijgen wat betreft het eten en drinken bij ouderen, het honger en dorstgevoel neemt af. Wanneer iemand vergeetachtig wordt is het dus heel lastig erachter te komen of er voldoende intake is. En meestal “zeggen” mensen goed te eten en te drinken. Ervaring leert ons, dat dit vaak niet het geval is.
;